Ik wil vrij zijn in mijn keuzes

Onafhankelijkheid. Dat staat hoog in het vaandel bij Astrid Strijbos. Haar bedrijf We Are bedenkt en exploiteert eigen congrestitels. Centraal staat de brugfunctie tussen innovatieve technologieën en commerciële markten, populair gezegd: ‘from the lab to the fab’.



Haar carrière als uitgever kwam zes jaar terug tot een halt. Het barsten van de ‘internet bubble’ bleek teveel voor haar magazine Smart Business.

Astrid Strijbos richtte We Are op en begon met het bedenken en organiseren van congressen. Eerst in het haar bekende vakgebied ICT. Later uitwaaierend naar high tech vakgebieden als LED, photonics en precisietechnologie.

“Wat wij doen is de bedenker en ondernemer bij elkaar brengen”, vertelt Strijbos. “Van ‘the lab to the fab’ noemen we dat. We halen de mensen naar ons toe met hele goede content.”

Hoe bedenk je een congres?

“Dat was in het begin vooral pionieren. High tech is vreselijk breed. Ik ben eerst alleen maar gaan netwerken en luisteren. Wat zijn belangrijke technologische ontwikkelingen in Nederland en Europa. Wat zijn de gesubsidieerde programma’s die lopen. Toen bleek vooral de optische industrie heel belangrijk. Daar ben ik heel opportuun een congres voor gestart. Vervolgens was het een kwestie om daar ieder jaar een nieuwe dimensie aan toe te voegen.”

“Als ik binnen een vakgebied een nieuw onderwerp ontdek, dan organiseer ik eerst een separaat congres. Op die manier krijg ik goede kennis van de markt en het onderwerp. En de kans om het netwerk er omheen te bouwen. Je hebt vaak wel te maken dezelfde instituten en bedrijven, maar met andere mensen.” “Later kan ik de subtitel bij het andere congres voegen. Je kunt dan een meerdaags programma bieden. Dat maakt het congres internationaal interessanter. Mensen komen nu eenmaal niet voor één dag naar Nederland vliegen.”

In hoeverre betrek je organisaties en sponsoren bij het congres?

“Wij gaan geheel onafhankelijk te werk. Ik wil vrij zijn in mijn keuzes. Wij organiseren betaalde congressen en dan moet de inhoud goed zijn. En elk jaar weer anders en vernieuwend. Een conferentie moet groeien en dat begint bij de bezoekers van de vorige keer. Die komen niet terug om weer hetzelfde te horen.”

“Voor bedrijven hebben we wel een informatiemarkt. Die hebben dan een standje en we creëren netwerkmomenten. Sprekers of slots in het congresprogramma verkoop ik niet.” “Met instituten en organisaties heb ik intensief contact. Zij zijn blij dat ze zelf niet de rompslomp hebben van het organiseren. Omdat er geen invloed van het bedrijfsleven is, koppelen ze graag hun naam aan het congres.” “Maar uiteindelijk bepalen alleen wij de content.”

Krijg je dan wel goede sprekers?

“Je moet niet overdreven bescheiden zijn in dit vak. Wij zoeken sprekers van een hoog niveau. Dat kan een Nobelprijswinnaar zijn. Daar moet je niet van schrikken. Je hebt hun iets te bieden. Zij willen ook graag gehoord worden door hun vakgenoten bij instituten en bedrijven.”

“Wij werken altijd topdown. We beginnen bij de CEO of CTO. Je kunt altijd nog naar beneden in de hiërarchie, naar boven kom je nooit meer. Bij onze conferenties draait het echt om strategisch management. Het gaat soms over onderwerpen die pas over 20 jaar marktrijp zijn, maar waar de industrie nu al plannen voor maakt.”

“Wat ook goed werkt zijn de newsletters die we rondsturen. Een maandelijkse nieuwsbrief met berichten over ontwikkelingen in het vakgebied. Geen productnieuwtjes, maar resultaten uit onderzoeken die er echt toe doen. Het maken ervan vergt veel tijd, maar die win ik terug bij het samenstellen van het congresprogramma. Omdat ik ze zelf maak weet ik van de hoed en de rand. Ik hoef niet te leuren en zeuren om sprekers. Ik weet wie ik moet hebben en zij kennen ons al van de nieuwsbrief.”

Hoe pak je de organisatie aan?

“Bijna alles gaat online. We hebben de hele backoffice geautomatiseerd. Ik heb nu in één dag een nieuwe congreswebsite draaien. Hier kunnen de bezoekers alle informatie halen en zich registreren. De sprekers kunnen hun presentaties en CV invoeren en exposanten kunnen hun logo’s en bedrijfsinfo uploaden. De facturen komen automatisch uit het systeem. Nu nog als print, maar straks als PDF die automatisch per e-mail wordt verstuurd. En ik ben bezig met online betaling.“

“Veel werk zit in het begeleiden van de locaties. Zij zorgen volledig voor de uitvoering maar je moet er wel kort op zitten.” “Zeker nu we meer internationaal opereren, komt er steeds meer bij kijken. Bijvoorbeeld bij de locatie. Als je in Duitsland afspraken maakt met de locatie moet je alles veel preciezer documenteren. Anders snij je jezelf vreselijk in de vingers. Je bent immers voor hen een buitenlander.”

“Aan de kant van de deelnemers is het risico groter. Als het niet doorgaat, de locatie brandt af of het vliegverkeer wordt stilgelegd. Je hebt dan vooraf een plan A, B en C nodig.” “Je krijgt ook te maken met grotere organisaties. Je komt er dan niet met een automatisch verstuurd ‘bedankt voor uw inschrijving’. Je moet dan constant contact houden met de mensen. Die besteden immers veel meer kosten en tijd om naar het congres te komen, dan bij een nationaal congres.”

Internationale congressen zijn voor jou de toekomst?

“De groei van onze congressen ligt bij de buitenlandse bezoekers. Je moet dan toch bij een Pan-Europees vliegveld zitten.”

“In Nederland zitten we veel in het Evoluon. Dat ligt centraal - vanuit Europees perspectief dan -, heeft Eindhoven Airport dichtbij en ademt de sfeer van techniek uit. We wijken nu steeds vaker uit naar Frankfurt en Berlijn. Daar zitten de optische en automotive industrie en die steden hebben een internationaal vliegveld. Je kruipt toch daar naar toe waar de markt het grootst is.”

“We trekken in Nederland al veel Duitse bezoekers. Wij zijn hier toch minder kennisnetwerkers. Nederland is een dorp. Je komt elkaar toch al vaak tegen. Dan staat netwerken niet hoog op de agenda. Je krijgt makkelijker Duitsers naar je conferentie. Die hebben zelfs mensen in dienst die alleen maar overal naar toe gaan om contacten te leggen.”

“Het verbaast me hoe moeilijk het is om partijen als Senter Novem, Economische Zaken of het Innovatieplatform bij een conferentie te betrekken. Ik krijg ze er maar niet bij. En ik kom ze niet om geld vragen. Het gaat om hun achterban te mobiliseren. Je zet met zo’n congres toch de BV Nederland op de kaart.”


Tekst  Edwin Nunnink
Dit artikel is verschenen in QM 87  |  april 2008
2008-10-23
Iedere twee weken weer op de hoogte

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

* verplichte velden
Aanhef *
Agenda
Webdesign - Hosting - Techniek: Qball Internet BV